Aanwinsten

Aanwinsten 2014

 

2014 was weer een mooi jaar voor Het Nederlands Jachtmuseum. Natuurlijk was daar een jubileum, een tentoonstelling over jachthonden en de jachthondenproeven op kasteel Doorwerth. Maar ook wat betreft aanwinsten was het een mooi jaar.

 

Allereerst kreeg het museum het archief van de Nederlandse Korthals Griffonclub geschonken. Het archief bevat correspondentie en administratie van de oprichting in 1911 tot heden en stukken van Eduard Karel Korthals zelf. Tevens bevindt zich in het archief collectie, zoals foto’s en prenten.

Omdat de jachthondententoonstelling in kasteel Doorwerth ingericht werd vonden een aantal stukken direct hun weg naar de expositiezaal!

Daarbij het eerste hondenboek van Eduard Karel Korthals, dat uit de zeventiger jaren van de 19e eeuw stamt en de prachtige dasspeld, met afbeelding van een Korthals Griffon, die door Cornelis Bosman gedragen is.

De Jac. Gazenbeek Stichting heeft het Jachtmuseum een aantal kruithoorns en een hagelzak geschonken. Daaronder een koperen kruithoorn met een klein jachttafereel.

De heer J. van Kampen, één van de medewerkers van Huis Zypendaal en kasteel Doorwerth, was alert na het opruimen van de expositie Fascinatie (onderdeel van de Mode Biënnale 2013) in huis Zypendaal en stelde voor Het Nederlands Jachtmuseum een mooie verzameling jachtstropdassen veilig. Het museum bleek slechts enkele stropdassen te hebben. dus het is een waardevolle toevoeging.

Op het gebied van de muskusrattenvangst was er nog uitbreiding: van de heer K.N. Barends ontving het museum aanvullende boeken en nog een aantal vallen en klemmen.

Een boekwerk valt in het bijzonder op door de cover en de titel. Bij de met de hand ingekleurde foto van drie vrouwen met geweer, in een mooie pose, zou je kunnen veronderstellen dat het boek over vrouwelijke jagers uit het begin van de 20ste eeuw gaat, maar de titel van het boek Off the beaten track. Women adventurers and mountaineers in western Canada van Cyndi Smith (Coyoto Books, 1989) wijst naar een andere richting. De auteur Cyndi Smith beschrijft in levendige stijl de geschiedenis van de eerste bergbeklimsters in de Rocky Mountains. Na de voltooiing van de Canadian Pacific Railways in 1885 werden de Rocky Mountains en de Selkirk Mountains toegankelijk voor reizigers. Hotels verrezen bij het spoor en de imposante natuur werd gepromoot. Met de hulp van ingehuurde Zwiterse gidsen werd het voor amateurklimmers en veelal Amerikaanse toeristen mogelijk om de bergen in te trekken. Onder hen bevonden zich weldra goed opgeleide vrouwen uit de hogere kringen, die het bergbeklimmen als een mogelijkheid zagen om zich te bevrijden uit het Victoriaanse ‘korset’. Hier was wel moed, uithoudingsvermogen en een goede lichamelijk conditie voor nodig. Ten eerste was het ‘not done’ voor vrouwen om met vreemd mannelijk gezelschap zo’n twee maanden op expeditie te gaan, daarenboven was de kleding verre van ideaal. Tot de outfit van de eerste bergbeklimsters behoorde een lange rok, die herhaaldelijk achter struiken bleef haken. Gelukkig werd deze dracht, dankzij de Zwitserse gidsen, spoedig vervangen door nikkebokkers. Dat het niet om een handjevol bergbeklimsters betrof bleek uit de cijfers van de Alpine Club of Canada, een vooruitstrevende club, opgericht in 1907, waar ook vrouwen welkom waren en dat was best bijzonder in die tijd! Een jaar na de oprichting bleek een derde van de 250 leden vrouw te zijn en binnen tien jaar was dit de helft. Terug naar de foto op de titelpagina. Het betreft hier drie bergbeklimsters, die ook elk jaar in de herfst op jachttrip gingen in de Rocky Mountains. Tijdens deze meerdaagse tochten werden zij geassisteerd door (ingehuurde) gidsen en jagers/bergbeklimmers Het waren soms barre tochten met vroeg invallende sneeuw en gletsjers, die overgestoken moesten worden. Het geweer bracht dan soms uitkomst en diende als ijsbijl.

Een van vrouwelijke jagers c.q. bergbeklimsters op de foto, Caroline Hinman, organiseerde daarnaast “off the beaten track” tours voor (welgestelde, goed opgeleide) Amerikaanse meisjes in de Rocky Mountains. Letterlijk en figuurlijk bewogen deze bergbeklimsters c.q. vrouwelijke jagers zich buiten de begaande paden in het begin van de 20ste eeuw in Canada!

De heer B.E.J. Litjens schonk het museum nog een verzameling van zijn artikelen over het beheer van zwart- en roodwild in Nederland en meer specifiek op de Veluwe. Tevens een stropdas van Het Veluws Hert.

Naar aanleiding van de tentoonstelling over jachthonden kreeg het museum van mevrouw B. Geudeke drie legpenningen van hondenwedstrijden. De Penning van de Internationale Hondententoonstelling te Amsterdam in 1985 is ontworpen door de secretaris van de Koninklijke Nederlandse Kennel Club “Cynophilia”.

De heer J. Willems schonk een legpenning ter ere van het 25 jarig bestaan van de Nederlandsche Jacht-Vereeniging Nimrod, uitgegeven in 1899 tijdens de Internationale Honden Tentoonstelling te Amsterdam. Deze penning is ook in de expositie “Natte Neuzen op Stand” te zien geweest.

Eerder heeft het museum uit de nalatenschap van mevrouw J.E. Kolff een set zilveren jachtbekertjes in foedraal mogen ontvangen. Haar vader L.C. Kolff was burgemeester in Wieringen en jaagde in Brummen. Zijn portefeuille met een aantal bescheiden, zoals jachtvergunningen en pachtcontracten heeft de oud-executeur drs. C.J. van der Sluijs het museum doen toekomen.

Mevrouw E.H. Timmermans heeft de hartsvanger van haar grootvader Egbertus Dirk van der Sleesen (1873-1933) aan het museum overhandigd. Het mes is in Solingen door de firma Rich. Abr. Herder gemaakt.

Nu de KNJV de naam gewijzigd heeft in Koninklijke Jagersvereniging met ook een nieuw logo ontving het Jachtmuseum na de jubileummarkt tijdens de jachthondenproeven de oude vlag met KNJV logo.

Van de heer J.H. Dijkstra kreeg het museum drie preparaten. Alle drie zijn het preparaten om aan de muur te hangen. Het zijn een mannetje wintertaling, een schots sneeuwhoen in overgangskleed en een mannetje goudfazant!

Tot slot ontvingen wij van de heer H. Spijkerman een facsimile uitgave (verzorgd door hem in 1997) van het standaardwerk Jagerswoordenboek van dr. A.G.J. Hermans uit 1947. De oorspronkelijke uitgave is aanwezig in de bibliotheek. De facsimile uitgave kan gebruikt worden door bibliotheekbezoekers.

De heer Spijkerman heeft nog een aantal Jagerswoordenboeken (1997) in voorraad. U kunt dit prachtige boekwerk bestellen via zijn e-mailadres hans7spijkerman@gmail.com. Kosten € 35.00, inclusief verzending.

Wij zijn de schenkers, onder wie vrienden, zeer erkentelijk voor hun bijdrage aan de uitbreiding van de collectie van het Nederlands Jachtmuseum.

 

Moge 2015 net zo een vruchtbaar jaar als 2014 worden!

 

Camille Courbois m.m.v. Liesbeth Kortbeek